Btw bijzonder regime van de marge

Volgens artikel 1, lid 1, van Koninklijk Besluit nr. Controles uitgevoerd en regularisatieopgaven gezonden door de BBI. Na controles door de BBI in verband met verkooptransacties voor edele metalen die Umicore in de periode had uitgevoerd, heeft de Gewestelijke Directie Brussel van de BBI op 30 november en 30 april aan Umicore twee regularisatieopgaven betekend.

Daarin werd vastgesteld dat sprake was van een onregelmatige vrijstelling op grond van artikel 39 bis van het BTW-wetboek en in sommige gevallen op grond van artikel 39 van het BTW-wetboek, in verband met de vrijstelling van goederen naar een plaats buiten de Gemeenschap bij diverse leveringen van zilverkorrels verricht voor klanten uit Italië, het Verenigd Koninkrijk, Spanje en Zwitserland, met als bestemming Italië.

Met name kon dankzij onderzoek van de bevoegde diensten uit de betrokken lidstaten worden vastgesteld dat bepaalde buitenlandse klanten van Umicore fictief waren en in verband te brengen waren met criminele carrousels die waren opgezet om de betaling van BTW te ontduiken.

De door de BBI vastgestelde onregelmatigheden betreffen met name inbreuken op de artikelen 39 en 39 bis van het BTW-wetboek en op de renforcer cheveux erasme recrutement 1 tot en met 3 van KB nr. Meer bepaald werd tijdens de uitgevoerde controles aangetoond dat de onderneming niet in staat was aan te tonen dat voor deze leveringen aan de voorwaarden inzake vrijstelling op grond van de artikelen 39 en 39 bis van het BTW-wetboek was voldaan.

SPF Finances

De BBI heeft geconcludeerd dat Umicore ten onrechte de BTW-vrijstelling had toegepast op bepaalde intracommunautaire leveringen of bepaalde exportverrichtingen en dat bijgevolg een BTW-schuld was ontstaan op het tijdstip dat deze belastbare handelingen hadden plaatsgevonden. Wat betreft bepaalde verkopen aan verschillende Italiaanse en Spaanse belastingplichtigen, stelt de BBI vast dat Umicore factureerde aan ondernemingen die gevestigd waren in andere lidstaten, terwijl het vervoer van de goederen niet door Umicore, noch door de op de factuur aangegeven afnemer, noch voor rekening van een van beide had plaatsgevonden, maar wel degelijk door een daaropvolgende klant in de verkoopsketen in Italië.

Volgens de BBI voldeden de betrokken leveringen dus niet aan de voorwaarden van artikel 39 bis van het BTW-wetboek en van de artikelen 1 tot en met 3 van KB nr. Ten aanzien van bepaalde verkopen aan een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde onderneming, heeft de BBI vastgesteld dat, aangezien deze onderneming waarvoor de intracommunautaire leveringen waren bestemd, niet de daadwerkelijke doch enkel de schijnbare verkrijger was van de verkochte goederen, een van de voor een levering van goederen onmisbare elementen — de overgang van de macht om als een eigenaar over een goed te beschikken artikel 10 van het BTW-wetboek — ontbrak, zodat de betrokken leveringen en transporten niet door de verkoper of de afnemer, of voor hun rekening, hebben plaatsgevonden, zoals is bepaald in artikel 39 bis van het BTW-wetboek en de artikelen 1 tot en met 3 van KB nr.

Voor bepaalde van de verkopen aan in Zwitserland gevestigde ondernemingen heeft de BBI vastgesteld dat de vrijstelling van artikel 39 van het BTW-wetboek voor de uitvoer van goederen naar een plaats buiten de Gemeenschap evenmin van toepassing was, aangezien de goederen werden geleverd met als bestemming Italië.

Deze vragen van de Belgische belastingadministratie zijn vervolgens herhaald bij schrijven van 23 decemberwaarin de BBI, tegenover de bezwaren van Umicore, de conclusies van de beide regularisatieopgaven van 20 november en 30 april betreffende een belastingschuld van de onderneming heeft bevestigd, ingevolge de foutieve toepassing van de BTW-vrijstelling op de in de beide regularisatieopgaven vermelde leveringen. Bij brieven van 11 juni18 juni en 31 maart heeft Umicore aangegeven niet akkoord te gaan met de beide regularisatieopgaven.

Voorts heeft Umicore betoogd dat alle klanten van de onderneming voor de BTW geïdentificeerd waren in de andere landen van de Gemeenschap in de periode dat de verrichtingen plaatsvonden; dat in de intracommunautaire driemaandelijkse listings van Umicore steeds en volgens de regels alle betrokken leveringen waren opgenomen zoals voorgeschreven door het Belgische BTW-wetboek; dat de facturen van Umicore waren opgemaakt op naam van voor de BTW geïdentificeerde geadresseerden, overeenkomstig de bij de bestelling gemaakte afspraken, en ten slotte dat de transporten daadwerkelijk waren uitgevoerd door gespecialiseerde transportbedrijven en dat de goederen het Belgische grondgebied daadwerkelijk hadden verlaten en dat deze ook daadwerkelijk in Italië waren aangekomen.

Onder die omstandigheden oordeelde Umicore dat zij terecht de BTW-vrijstelling van artikel 39 bis van het BTW-wetboek op de betrokken handelingen had toegepast. Umicore heeft ook de gegrondheid van de eisen in de regularisatieopgaven van de BBI betwist. Zij betoogde immers dat bepaalde lidstaten zich ertoe beperken een bewijs te eisen van het vervoer van de goederen naar een andere lidstaat dan die van vertrek van het vervoer, terwijl België het bewijs zou eisen dat het bewijs wordt geleverd dat het vervoer heeft plaatsgevonden door of voor rekening van de verkoper of de afnemer van de betrokken goederen, hetgeen in strijd zou zijn met het Gemeenschapsrecht en ernstige concurrentiedistorsies zou opleveren ten detrimente van Umicore en andere Belgische ondernemingen die dit soort intracommunautaire leveringen verrichten.

Umicore is dus van oordeel dat zij te goeder trouw heeft gehandeld door niet de BTW in te houden op de kwestieuze handelingen, op grond van de artikelen 39 en 39 bis van het BTW-wetboek.

Op 21 december heeft de BBI ingestemd met een voorstel van akkoord dat Umicore had ingediend met betrekking tot haar BTW-toestand voor de periode Volgens het voorgestelde akkoord betwist Umicore de gegrondheid van de door de BBI geëiste regularisaties, maar stemt zij met de voorgestelde regeling in, als blijk van haar wil om tot een oplossing te komen.

Volgens de Belgische autoriteiten betreft het hier een geldboete die werd vastgesteld op grond van artikel 70, lid 2, van het BTW-wetboek en die op grond van artikel 84 van het BTW-wetboek werd verminderd. Volgens het akkoord is dit bedrag niet van de vennootschapsbelasting aftrekbaar. Volgens de Belgische autoriteiten is het bedrag van de schikking tussen Umicore en de BBI volgens het Belgische recht volkomen rechtmatig en gerechtvaardigd.

Meer bepaald zou het bedrag als volgt zijn samengesteld:. Volgens de Belgische autoriteiten zou een dergelijk akkoord gerechtvaardigd zijn omdat de betrokken regularisatieopgaven slechts de eerste fase vormen in een complexe administratieve procedure voor het vaststellen van een door een BTW-plichtige onderneming te betalen belastingschuld. Grondig onderzoek van de informatie en de argumenten aangehaald door Umicore — die steeds ontkend heeft enige fraude te hebben begaan — zou de BBI ervan hebben overtuigd dat in onderhavige zaak geen enkele belasting diende te worden gevorderd.

Volgens de BBI kan op basis van alle elementen, met name de door Umicore en de Italiaanse administratie meegedeelde stukken, worden geconcludeerd dat aan de voorwaarden voor de BTW-vrijstelling was voldaan, ondanks hetgeen in de regularisatieopgaven was vermeld.

Aangezien geen belastingbedrag was vastgesteld, is ook geen vermindering van een BTW-schuld toegestaan.

Bicycle rides in nc

Wat de opgelegde boete betreft, is België van oordeel dat deze is vastgesteld overeenkomstig artikel 70 van het BTW-wetboek en dat het Belgische recht de vermindering van de aanvankelijk opgelegde boeten mogelijk maakt op de eerder beschreven voorwaarden.

Volgens artikel 87, lid 1, van het EG-Verdrag zijn steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt, voorzover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt.

Om als steun in de zin van artikel 87, lid 1, van het EG-Verdrag te kunnen worden aangemerkt, dient een maatregel aan elk van de vier hierna uit een te zetten criteria te voldoen. Allereerst dient de maatregel de begunstigde een voordeel op te leveren. De Commissie is van mening dat er twijfel bestaat ten aanzien van de toepassing van de BTW-vrijstelling voor leveringen van goederen die het voorwerp uitmaken van door de BBI opgestelde regularisatieopgaven, ongeacht of Umicore eventueel bij de door Belgische fiscus ontdekte fraude is betrokken.

Umicore genoot het recht op aftrek van in België betaalde BTW voor de zilveraankopen die vervolgens het voorwerp hebben uitgemaakt van deze leveringen. In voorkomend geval lijkt de ten onrechte toegepaste BTW-vrijstelling een rechtstreekse weerslag te kunnen hebben op de mogelijkheid voor de leverancier van de goederen om zijn winstmarge op de betrokken verkopen te verhogen.

Met name kan een in beginsel in België belastbare levering van goederen in aanmerking komen voor een vrijstelling wanneer aan de volgende twee voorwaarden is voldaan:. Bij de controles van de BBI bleek Umicore niet in staat aan te tonen dat aan deze vrijstellingsvoorwaarden was voldaan. Bijgevolg was, overeenkomstig de regels inzake de toepassing van de BTW op leveringen van goederen die in België plaatsvinden, een belastingschuld ontstaan door het feit dat deze belastbare handelingen hadden plaatsgevonden.

In dit stadium is de Commissie van oordeel dat de door Belgische autoriteiten verstrekte inlichtingen niet lijken te rechtvaardigen dat het betrokken akkoord tussen de Belgische Staat en Umicore werd gesloten om de vermindering van de als BTW gevorderde bedragen mogelijk te maken. Zij is van oordeel dat het betrokken akkoord Umicore een voordeel lijkt op te leveren dat bestaat uit het verlagen van een last — de betaling van belastingen, geldboeten en interesten — die anders op het budget van de onderneming had gedrukt.

Met name heeft de Commissie twijfel bij de redenen waarom het standpunt van de BBI fundamenteel is veranderd — tussen het standpunt uiteengezet in haar regularisatieopgaven en bevestigd bij schrijven van 23 decemberenerzijds, en het standpunt aanvaard in het kader van het akkoord met Umicore, anderzijds. Meer algemeen lijkt het gesloten akkoord moeilijk verdedigbaar met het argument dat bedrieglijk opzet in hoofde van Umicore ontbreekt.

Het ontbreken van bedrieglijk opzet zou immers kunnen rechtvaardigen dat de aan Umicore opgelegde geldboete wordt verminderd, maar de Commissie heeft twijfel bij de rechtsgrondslag op grond waarvan de Belgische Staat zou kunnen afzien van het invorderen van belastingen die niet werden geïnd op grond van vastgestelde onregelmatigheden, ook al was er sprake van goede trouw en het ontbreken van bedrieglijk opzet.

Bij Umicore kan moeilijk sprake zijn van goede trouw omdat zij lijkt te hebben nagelaten bepaalde, voor de toepassing van de betrokken vrijstelling noodzakelijke bewijsstukken te eisen of omdat zij deze vrijstelling heeft toegepast wetende dat aan bepaalde voorwaarden niet was voldaan. Aangezien het hier voor Umicore courante handelingen betreft, is de Commissie van oordeel dat de vrijstellingsvoorwaarden de onderneming zeker bekend moesten zijn en lijkt haar systematische nalatigheid moeilijk verdedigbaar, gelet op het aanzienlijke aantal operaties vermeld in de regularisatieopgaven.

Lyft advance rides

Voorts stelt de Commissie vast dat in onderhavig geval aan Umicore een aanzienlijke geldboete is opgelegd, maar dat van de onderneming geen BTW werd gevorderd. In dit verband lijkt het niet gerechtvaardigd een geldboete op te leggen die proportioneel wordt geacht met de ontdoken BTW en toch niet de BTW in te vorderen op basis waarvan de geldboete werd berekend.

Het opleggen van deze geldboete lijkt er dus op te wijzen dat minstens het BTW-bedrag dat als berekeningsgrondslag heeft gediend, van Umicore had moeten worden gevorderd, parallel met de geldboete. De Belgische autoriteiten lijken van oordeel te zijn dat hun nationale wetgeving te streng is ten opzichte van die van andere Europese landen en dat extreme eisen zouden worden gesteld ten aanzien van de bewijsstukken die moeten worden geleverd om aan te tonen dat de goederen het nationale grondgebied hebben verlaten, om de BTW-vrijstelling te kunnen toepassen op de intracommunautaire verrichtingen.

Zelfs indien dergelijk verschil tussen de lidstaten was gebleken, meent de Commissie hiermee toch geen rekening te kunnen houden bij de beoordeling van een eventueel voordeel.

Het economische voordeel in de zin van artikel 87 van het Verdrag dient te worden onderzocht ten opzichte van de overige ondernemingen die in België aan de BTW-regels zijn onderworpen.

In onderhavig geval lijkt het feit dat voor Umicore niet de strikte regels worden toegepast die normaalgesproken voor andere BTW-plichtigen in België gelden, een vermindering op te leveren van de bedragen die van Umicore worden gevorderd, hetgeen een voordeel zou zijn ten opzichte van andere BTW-plichtigen voor wie deze strikte 37th regiment of the foot geldt.

Ten slotte komt het Commissie voor dat het feit dat de Belgische administratie erkent dat Umicore te goeder trouw handelde, weinig tot de zaak doet. In onderhavig geval lijkt Umicore de BTW-regels objectief te hebben geschonden op het punt van de correcte identificatie van degene die op de belastingvrijstelling aanspraak kan maken — en dus op het punt van de correcte toepassing van de BTW-vrijstelling.

De foutieve toepassing van de BTW-vrijstelling zou in ieder geval de terugvordering moeten inhouden van de BTW, geldboeten en interesten. De Commissie heeft ook vragen bij de rechtvaardiging voor de vermindering die de Belgische Staat aan Umicore heeft toegekend voor de in de regularisatieopgaven van de BBI vastgestelde geldboeten en verwijlinteresten, terwijl deze volgens de Belgische wetgeving van rechtswege lijken te worden toegepast.

Meer bepaald is de Commissie, wat betreft de vaststelling van het als fiscale boete vastgestelde schikkingsbedrag zoals voorzien in de overeenkomst tussen de Belgische Staat en Umicore, van oordeel dat de door Belgische Staat toegekende vermindering van de fiscale boete het rechtstreekse gevolg is van de vaststelling van een onregelmatigheid die verschilt ten opzichte van die welke het voorwerp uitmaakte van de beide regularisatieopgaven van de BBI.

Daarentegen is de BBI, ingevolge het akkoord van 21 decembervan oordeel dat de facturen van Umicore eenvoudigweg onjuiste vermeldingen bevatten een inbreuk die onder artikel 70, lid 2, van het BTW-wetboek valt.

Bijgevolg valt het verminderde schikkingsbedrag dat het voorwerp uitmaakt van het akkoord, gunstiger uit voor Umicore. Secundo lijkt het BTW-bedrag dat in aanmerking wordt genomen als berekeningsgrondslag voor de proportionele geldboete miljoen BEFslechts een deel te vormen van de aanvankelijk in de regularisatieopgaven van de BBI vastgestelde schuld miljoen BEF.

Bij de elementen die de Belgische autoriteiten in verband met de berekening van de getroffen schikking hebben meegedeeld, lijkt het bedrag van de BTW-schuld van Umicore op grond van de regularisatieopgave van 30 april niet in aanmerking te zijn genomen. Daarenboven heeft de Commissie twijfel bij de rechtsgrondslag voor de latere vermindering van het betrokken bedrag, die werd toegepast omdat de geldboete in de vennootschapsbelasting niet als beroepskosten aftrekbaar is.

Wat betreft de voorwaarden waaronder het akkoord tot stand is gekomen, lijkt het feit dat in dit akkoord niet de rechtsgrond en de formele juridische rechtvaardiging zijn vermeld, een afwijking te vormen van het normale verloop van de procedure midnight rider hoodie het bepalen en voldoen van een BTW-schuld zoals die over het algemeen in België wordt toegepast, en met name voor de overige BTW-plichtigen.

In dergelijke situaties zou, wanneer een belastingplichtige zijn recht op vrijstelling uitoefent onder omstandigheden die de administratie betwist, de administratie in beginsel de belastingplichtige een regularisatieopgave zenden, doorgaans vermeerderd met een geldboete. Zodra dit dwangbevel is betekend: wordt de verjaringstermijn gestuit voor de vordering tot voldoening welke voortvloeit uit het feit dat de belastbare handeling heeft plaatsgevonden en de BTW-schuld is ontstaan welke niet tijdig door de belastingplichtige is betaald; kan de wettelijke hypotheek als bedoeld in artikel 88 van het BTW-wetboek worden in geschreven; beginnen de verwijlinteresten als bepaald in artikel 91 van het BTW-wetboek te lopen, en kan worden overgegaan tot het uitvoerend beslag volgens de in artikel 85 bis bepaalde vereenvoudigde procedure.

Ten tweede moet dit voordeel met staatsmiddelen worden bekostigd. De belastingvrijstelling die door de Belgische Staat met het akkoord van 21 december is toegekend ten aanzien van de aanvankelijke bevindingen van de BBI betreffende de onregelmatige leveringen van zilverkorrels door Umicore, brengt een verlies aan belastinginkomsten — en dus staatsmiddelen — mee.

Ongunstige beïnvloeding van de mededinging en het handelsverkeer. Ten derde dient de betrokken maatregel de mededinging en het handelsverkeer tussen lidstaten ongunstig te beïnvloeden. De mogelijke ongunstige beïnvloeding van de mededinging en het handelsverkeer lijkt verder te worden bevestigd door het feit dat Umicore, dat de reputatie heeft te beschikken over de belangrijkste capaciteit voor zilverraffinage ter wereld, een BTW-vermindering zou krijgen voor haar verkopen met bestemming de Italiaanse markt, de belangrijkste Europese markt.

Door de vermindering van de BTW-schuld die de onderneming zou hebben gekregen, had Umicore haar positie op deze markt kunnen versterken ten opzichte van haar concurrenten.

Ten slotte moet de maatregel selectief of specifiek zijn, in die zin dat hij bepaalde ondernemingen of bepaalde producties begunstigt. De uitoefening van een discretionaire bevoegdheid die bij de praktische toepassing van de fiscale regels aan de belastingdienst wordt overgelaten, mag niet resulteren in een voorkeursbehandeling voor een bepaalde onderneming.

In dit stadium is de Commissie van oordeel dat een minnelijke schikking zoals Umicore die in de vorm van een vermindering van een BTW-schuld, geldboeten en interesten heeft gekregen, in de regel niet open staat voor alle belastingplichtigen, zelfs in de hypothese dat zij de gegrondheid van de inbreuken die hun ten laste worden gelegd, betwisten.

Perdre du poids en buvant des smoothies verts

Voorlopige conclusies ten aanzien van de vraag of sprake is van steun. Bijgevolg heeft de Commissie ernstige twijfel ten aanzien van het steunkarakter van de maatregel, aangezien:. In feite zou door de vermindering van de BTW-schuld die Umicore krijgt, haar concurrentiepositie op die markt worden versterkt. Het akkoord tussen de BBI en Umicore lijkt een nieuwe steunmaatregel te vormen, aangezien dit akkoord op 21 december ten uitvoer is gelegd zonder vooraf bij de Commissie te zijn aangemeld.

Voorlopige beoordeling op het punt van de mogelijke verenigbaarheid met de botox capilar natumaxx é bom markt. Voorzover de BTW-vermindering voor Umicore steun vormt, dient deze maatregel te worden onderzocht op zijn mogelijke verenigbaarheid op grond van de afwijkingen van artikel 87, leden 2 en 3, van het EG-Verdrag.

De Commissie onderstreept dat tot op heden de Belgische autoriteiten geen van de afwijkingen op het in artikel 87, lid 1, van het EG-Verdrag vastgestelde verbod op staatssteun hebben ingeroepen. De afwijkingen van artikel 87, lid 2, van het EG-Verdrag zijn in onderhavig geval niet van toepassing.

Het betreft immers geen steunmaatregelen van sociale aard aan individuele verbruikers, steunmaatregelen tot herstel van de schade veroorzaakt door natuurrampen of andere buitengewone gebeurtenissen, of steunmaatregelen aan de economie van bepaalde streken van de Bondsrepubliek Duitsland die nadeel ondervinden van de deling van Duitsland.

De afwijking van artikel 87, lid 3, onder avan het EG-Verdrag die de goedkeuring mogelijk maakt van steunmaatregelen ter bevordering van de economische ontwikkeling van streken waarin de levensstandaard abnormaal laag is of waar een ernstig gebrek aan werkgelegenheid heerst, kan niet worden ingeroepen omdat de handelingen die de vrijstelling genieten, niet de delen van het Belgische grondgebied zouden betreffen die aan deze criteria voldoen.

Evenmin kan de vermindering van de betrokken belastingschuld worden aangemerkt als een project van gemeenschappelijk Europees belang dat in aanmerking komt voor de afwijking van artikel 87, lid 3, onder bvan het EG-Verdrag.

Ten slotte komt de betrokken steunmaatregel ook niet in aanmerking voor de afwijking van artikel 87, lid 3, onder cvan het EG-Verdrag, waarmee steunmaatregelen worden toegestaan om de ontwikkeling van bepaalde vormen van economische bedrijvigheid of van bepaalde regionale economieën te vergemakkelijken, mits de voorwaarden waaronder het handelsverkeer plaatsvindt daardoor niet zodanig worden veranderd dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad.

Concluderend, de betrokken steun lijkt op het eerste gezicht niet in aanmerking te komen voor een van de afwijkingen van artikel 87 van het EG-Verdrag. Bijgevolg heeft de Commissie twijfel ten aanzien van de verenigbaarheid van deze steunmaatregel met de gemeenschappelijke markt.

Gelet op bovenstaande overwegingen verzoekt de Commissie het Koninkrijk België in het kader van de procedure van artikel 88, lid 2, van het EG-Verdrag binnen één maand vanaf de datum van ontvangst van dit schrijven zijn opmerkingen te maken en alle dienstige inlichtingen te verstrekken voor de beoordeling van de steunmaatregel.

De Commissie wil met name toelichting te ontvangen wat betreft de precieze juridische kwalificatie en rechtvaardiging voor het optreden van de BBI in verband met de vaststelling van de BTW-onregelmatigheden in haar twee regularisatieopgaven van, onderscheidenlijk, 30 november en 30 aprilde correspondentie die nadien gevoerd werd tussen Umicore en BBI en die uiteindelijk in een voorstel van akkoord door Umicore heeft geresulteerd, en het akkoord waarmee de BBI vervolgens op 21 december namens de Belgische Staat heeft ingestemd, hetgeen de schorsing van de invordering van de door BBI vastgestelde bedragen meebracht.

Met name acht de Commissie het dienstig een afschrift te ontvangen van de administratieve instructies wat betreft de schorsing van aan BTW-plichtigen gerichte betalingsverzoeken, na een door de belastingadministratie opgestelde regularisatieopgave.

Voorts wil de Commissie uitvoeriger details te ontvangen over de vermindering die Umicore is toegekend op het in de regularisatieopgaven geëiste boetebedrag en de verwijlinteresten. De Commissie wil een afschrift ontvangen van de administratieve instructies, of de interne praktijken van de administratie, betreffende de toepassing op BTW-gebied van sancties in evenredigheid tot de verschuldigde BTW inzonderheid de toepassing van artikel 70, lid 2, van het BTW-wetboekzonder terugvordering van de BTW.

Zij verwijst naar artikel 14 van Verordening EG nr. Voorts deelt de Commissie België mee dat zij de belanghebbenden door de bekendmaking van dit schrijven en van een samenvatting ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie in kennis zal stellen. Tevens zal zij de belanghebbenden in de lidstaten van de EVA die partij zijn bij de EER-Overeenkomst door de bekendmaking van een mededeling in het EER-supplement van het Publicatieblad in kennis stellen, alsmede de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA door haar een afschrift van dit schrijven te zenden.

Alle bovengenoemde belanghebbenden zal worden verzocht hun opmerkingen te maken binnen één maand vanaf de datum van deze bekendmaking. Aff I et Arrêt du Tribunal de première instance troisième chambre élargie du 6 mars II, paragraphes et Op grond van artikel 15 van het BTW-wetboek wordt de levering van een goed geacht te hebben plaatsgevonden in België wanneer met name de verzending of het vervoer naar de verkrijger aanvangt in België.

In artikel 16 is bepaald dat de levering plaatsvindt op het tijdstip waarop het goed ter beschikking van de verkrijger wordt gesteld, terwijl volgens artikel 17 het belastbare feit plaatsvindt en de belasting opeisbaar wordt op het tijdstip waarop de levering van het goed plaatsvindt. II, punten en This site uses cookies to improve your browsing experience. Would you like to keep them? Accept Refuse. Skip to main content.

This document is an excerpt from the EUR-Lex website. EU case-law Case-law Digital reports Directory of case-law. Quick search. Need more search options? Use the Advanced search. Help Print this page.

EUR-Lex Access to European Union law

Expand all Collapse all. Title and reference. Languages, formats and link to OJ. In het in de eerste alinea bedoelde geval is de maatstaf van heffing voor goederenleveringen waarop h etze lfde BTW- tari ef v an toepassing is, de totale winstmarge van de belastingplichtige Sans le régime d e l a margeu ne agence de voyages qui, par exemple, acquerrait des services de restauration et de location de voitures auprès de tiers dans d'autres États membres et qui les réunirait dans un voyage à forfait qu'elle revendrait en son nom serait soumise à l a TVA sur l e s services fournis dans l'État membre dont elle dépend.

Z on der de winstmargeregeling zo u ee n reisbureau, dat bijvoorbeeld restaurant- en autoverhuurdiensten aankoopt bij derden in andere lidstaten en deze samenbrengt in een pakketreis d ie he t op e igen na a m verko optbtw m oet en be tale n over d e diensten die het in zijn eigen lidstaat verleent.

Le requérant a ensuite affirmé que s'il devait être procédé à un ajustement de son coût du gaz naturel sur le marché intérieur, cet ajustement devrait se baser soit i sur le prix du gaz non régulé disponible en Russie, soit ii sur le prix à l'exportation moyen du gaz naturel russe exporté vers les pays baltes, soit ii i sur l e c oût de production réel du gaz naturel en Russie, majoré d 'u n e marge b é né ficiaire raisonnable. De indiener van het verzoek argumenteerde voorts dat indien zijn aardgaskosten op de binnenlandse markt dan al moeten worden aangepast, deze aanpassing gebaseerd moet zijn op i beschikbare niet-gereguleerde gasprijzen in Rusland, of ii de gemiddelde uitvoerprijs van Russisch aardgas naar de Baltische staten, of nog iii de reële productiekosten van aardgas in Rusland, vermeerderd met een redelijke winstmarge.

Bij de bepaling van het aanpassingstraject richting middellangetermijnbegrotingsdoelstelling voor de lidstaten die dit doel nog niet bereikt hebben, en bij het toestaan van een tijdelijke afwijking van deze doelstelling voor landen die de doelstell in g wel h eb be n bereiktmet dien verstande dat er een passende veiligheidsmarge voor de naleving van de tekortreferentiewaarde gewaarborgd moet zijn en dat een terugkeer naar de middellangetermijnbegrotingsdoelstelling binnen de programmaperiode wordt verwacht, houdt de Raad rekening met de uitvoering van grote structurele hervormingen die op de lange termijn rechtstreekse kostenbesparende effecten hebben, mede doordat zij de potentiële groei verhogen, en bijgevolg een verifieerbare positi ev e in vloe d op d e ho udba ar heid van de openbare financiën hebben.

La disposition du premier alinéa ne s'applique pas aux livraisons de biens d'occasion, d'objets d'art, de collection ou d'antiquité tels que définis à l'articleparagraphe 1, points 1 à 4soumises à l a TVA c o nf ormément au régime d e l a marge b é né ficiaire prévu aux articles à ou au régime des ventes aux enchères publiques.

De eerste alinea is niet van toepassing op leveringen van gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten zo als omschreven in ar tikellid 1, punten 1 tot en met 4die overeenkomstig de in de artikelen tot en met vastgestelde winstmargeregeling of de regeling voor verkoop op openbare veilingen aa n de BTW zi jn onderworpen.

Les marges bénéficiaires ont donc été déterminées conformément à l'article 2, paragraphe 6, points b et cdu règlement de base, à savoir, pour le producteurexportateur lituanien concer nésur l a b ase du bénéfice réalisé pour la même catégorie générale de produits fabriqués et vendus sur le marché intérieur et, dans le cas de la Bulgarie et de l'Esto ni esur l a b ase de toute autre méthode raisonnable, à savoir à partir d e l a marge b é né ficiaire moyenne pondérée constatée pour les autres producteurs-exportateurs ayant coopéré à la présente procédure.

Klik op de reden voor uw beoordeling: Dit is niet een goed voorbeeld van de vertaling hierboven. De verkeerde woorden zijn gemarkeerd. Vraag van de heer Karel Van Hoorebeke tot de minister van Financiën over "de erkenning van VZW's die in aanmerking komen voor belastingvrijstelling inzake giften" nr.

Vraag van de heer Peter Vanvelthoven tot de minister van Financiën over "het aantal fiscale procedures" nr. Peter Vanvelthoven, Didier. Reyndersminister van Financiën. Reyndersministre des Finances. Vraag van de heer Dirk Pieters tot de minister van Financiën over "de aftrekbare beroepskosten voor verplaatsingen met motorfietsen" nr. De vergadering wordt geopend om La séance est ouverte à Olivier Maingain, président.

Karel Van Hoorebeke au. Zo beconcurreren zij elkaar op een ongezonde manier. Galerijhouders voelen zich terecht benadeeld. Ook inzake de consignatie zijn er ernstige problemen. De administratieve richtlijnen over deze vorm van verkoop zijn onduidelijk. De BTW-regeling is daarbij bijzonder onduidelijk. Hoe is het BTW- verschil tussen kunstenaar en galerijhouder te verantwoorden? Hoe moeten in consignatie gegeven kunstwerken worden behandeld vanuit fiscaal oogpunt?

Moet er geen Europese BTW-gelijkschakeling komen om de Belgische galerijhouders een gunstiger positie te verschaffen op de markt? Zou zo een gelijkschakeling de BTW-problemen bij consignatie niet helpen oplossen?

Cette situation génère une concurrence malsaine. Les tenanciers de galeries s'estiment à juste titre lésés. De sérieux problèmes se posent aussi en matière de consignation. Les directives administratives concernant cette forme de vente sont ambiguës et le règlement relatif au taux de TVA est particulièrement confus. Comment justifiez-vous la différence du taux de TVA auquel sont soumis l'artiste et l'exploitant d'une galerie?

Quel règlement fiscal s'applique aux oeuvres d'art données en consignation. Un alignement ne permettrait-il pas de. TVA réduit. De verkoop van het kunstvoorwerp door de kunstenaar aan de galerij is onderworpen aan het tarief van 6 percent en is niet aftrekbaar in hoofde van de kunstgalerij. Op het ogenblik van de doorverkoop van het goed door de galerij is de BTW van 21 procent slechts van toepassing op de winstmarge die door de galerij wordt gerealiseerd en niet op de totale verkoopprijs.

Deze BTW is eveneens niet aftrekbaar door de koper. De winstmarge, 21 percent BTW inbegrepen, is hier gelijk aan het verschil tussen de globale verkoopprijs gevraagd door de galerij aan de koper, en de aankoopprijs, 6 percent BTW inbegrepen, overgemaakt aan de kunstenaar.

In dit systeem van belastingheffing over de winstmarge is het verschil van de tarieven derhalve grotendeels verdwenen indien men zich vanuit het standpunt van de conseil minceur femme plaatst.

Niets belet evenwel dat een kunstgalerij tussenbeide komt als makelaar van de kunstenaar- verkoper van zijn werk, waardoor enkel de vergoeding die aan de galerij toekomt in de hoedanigheid van makelaar in de verkoop, aan de BTW wordt onderworpen tegen het normaal tarief van 21 percent.

Bovendien wordt in dit geval de verkoop van het kunstwerk door de kunstenaar onderworpen aan het verminderd tarief van 6 percent op de prijs die hij aan de koper heeft gevraagd. Aangezien in casu het normale regime van de heffing van toepassing is, kunnen de in rekening gebrachte belastingen in aftrek worden gebracht volgens de normale regels, in tegenstelling tot de belasting met betrekking tot de winstmarge.

Er bestaan wel degelijk duidelijke richtlijnen over de consignatiezendingen, namelijk de administratieve rondzendbrief nr.